Luchtfoto van Nederland opgedeeld in vier gekleurde prijszones met hoogspanningsmasten — het toekomstscenario dat ENTSO-E structureel effectief noemt

De prijs van één elektriciteitsprijs

Energietransitie Jun 14, 2026

Wat het ENTSO-E-rapport Nederland eigenlijk zegt over de wachtrij bij netaansluitingen


Het is een brief die steeds meer ondernemers herkennen. Een logistiek bedrijf in Nieuw-West dat zijn laaddepot wil uitbreiden: dertig extra vrachtwagenladers, een netaansluiting van 2 megawatt. TenneT schrijft terug dat de gevraagde capaciteit op die locatie beschikbaar is — in 2031. Vijf jaar. Het bedrijf mocht intussen de dieselgeneratoren maar aanschaffen.

Twee weken geleden publiceerde ENTSO-E — het Europese netwerk van landelijk netbeheerders elektriciteit — een lijvig rapport over marktontwerp voor congestiemanagement. Negentig pagina's. Drie vellen tabellen, vier methodologische archetypes, één beruchte aanbeveling die de conclusie formuleert in de meest abstracte bewoording die ambtenaren kennen.

Dit artikel is een vertaling. Niet van het Engels naar het Nederlands — de samenvattingen zijn al in omloop — maar van beleidsabstractie naar concrete implicatie. Wat staat er eigenlijk? Wat kan een bedrijf op de wachtrij ermee? En welke oplossing durft geen enkele politicus hardop te noemen?

Man aan keukentafel leest het ENTSO-E-rapport over netcongestie, met een EV-laadkabel, zonnepaneel en warmtepomp op tafel
Figuur 1 — Het ENTSO-E-rapport over netcongestie: negentig pagina's beleidsabstractie. Naast de lezer op tafel: een laadkabel, een zonnepaneel, een warmtepomp — precies de apparaten die wachten op een aansluiting. (afbeelding gegenereerd met GPT Image 2.0)

Congestiemanagement in drie zinnen

Het Nederlandse elektriciteitsnet is niet één ding. Het is een lappendeken van kabels en transformatoren, sommige aangelegd in de jaren zeventig, andere nog in aanleg. Op sommige plekken is het net minder zwaar belast. Voor afname — bedrijven en huishoudens die stroom willen betrekken — is dat in beperkte mate nog het geval in delen van Drenthe en oostelijk Gelderland. Voor invoering van hernieuwbare energie biedt ook Zeeland nog enige ruimte. Maar het overgrote deel van Nederland kleurt rood op de capaciteitskaart van Netbeheer Nederland: voor nieuwe afname staat er vrijwel overal een wachtrij, met de Randstad, de haven van Rotterdam en de datacenterclusters rond Amsterdam als zwaarste gevallen.

Dat verschil in ruimte is er altijd geweest. Wat veranderd is, is de snelheid waarmee het knelpunt groeit. Windparken en zonneparken worden gebouwd op locaties waar stroom al richting verbruikscentra moet, en die verbruikscentra trekken ondertussen nieuwe datacenters, warmtepompen, laadpleinen en elektrolysers aan. De netbeheerder kan de kabels niet snel genoeg verzwaren — dat duurt tien tot vijftien jaar in vergunningstrajecten. Intussen groeit de file.

Wat doet de netbeheerder als het net vol is? Hij 'redispatcht': een windpark in het noorden wordt minder hard gedraaid, een gascentrale in het zuiden wordt bijgezet om hetzelfde te bereiken. De kosten van die compensatiebeweging betalen alle stroomafnemers gezamenlijk. In Europa liepen die kosten de afgelopen jaren sterk op — EU-energieregulator ACER rapporteerde voor 2023 ruim 4,26 miljard euro aan congestiemanagementkosten voor het hele continent. Het ENTSO-E-rapport gaat over marktontwerp: hoe kun je via prijsprikkels en contracten voorkomen dat netbeheerders steeds duurder moeten bijsturen?

Kabels leggen valt buiten de scope van het rapport. Die reikwijdte — bewust beperkt — is ook meteen de eerlijkste kanttekening: marktontwerp is geen vervanging voor het fysieke net. Het kan de druk verlichten en sturen wáár nieuwe investeringen landen. De wachtrij zelf verdwijnt er niet door.


De aanbeveling die niemand durft te noemen

Het rapport ordent zijn aanbevelingen in vier clusters: ruimtelijke granulariteit, locatiesignalen, preventieve contracten en operationele tools. De eerste drie zijn aanbevelingen. De vierde — operationele tools — is een compliment aan Nederland.

De centrale conclusie staat in de samenvatting, en luidt:

"Recognise increased spatial granularity as a structurally effective long-term solution from congestion minimisation perspective, while acknowledging market impact together with implementation challenges and political implications."

Ontdaan van de ambtelijke omhaal staat hier dit: splits Nederland op in meerdere biedzones, zodat stroom in de Randstad duurder wordt dan in Groningen.

Luchtfoto van Nederland gesplitst in een noordelijk en zuidelijk marktgebied, als metafoor voor biedzone-splitsing in de elektriciteitsmarkt
Figuur 2 — Wat een biedzone-splitsing in de praktijk zou betekenen: een Noord-Markt en een Zuid-Markt, elk met eigen stroomprijs. In het noorden goedkopere stroom door windoverschot; in het zuiden duurder door verbruiksdruk. Het beeld is metaforisch — de marktwerking is dat niet. (afbeelding gegenereerd met GPT Image 2.0)

Dat is wat 'ruimtelijke granulariteit' betekent. Nu heeft Nederland één biedzone voor het hele land: van Vlissingen tot Delfzijl betaalt iedereen dezelfde groothandelsprijs voor elektriciteit. De groothandelsprijs geeft daarmee geen enkel signaal over de staat van het net op die specifieke locatie. Een datacentrum dat zich in Amsterdam Noord vestigt en één in de Achterhoek betalen dezelfde stroomprijs, ook al zit het net in Amsterdam structureel vol en in de Achterhoek niet.

Het rapport onderscheidt drie varianten van ruimtelijke granulariteit: een volledige biedzone-herindeling (Nederland opsplitsen in twee of drie zones, naar Scandinavisch model), dispatch hubs (virtuele biedzones op specifieke knelpunten zoals Eemshaven of de Maasvlakte) en nodale prijzen — elk knooppunt in het net zijn eigen prijs, zoals in de Verenigde Staten. Die laatste variant noemt het rapport zelf als onrealistisch op Europese schaal op korte termijn.

Het rapport beschrijft ook een typologiekaart van landen. Archetype 1 — 'systems with predictable internal congestion addressed via finer spatial granularity' — past exact op Nederland: stabiele, geografisch voorspelbare interne congestie (jaar op jaar hetzelfde noordoost-links, Randstad-rechts), matig interconnectieniveau met buurlanden. Het rapport zegt daarmee niet expliciet: Nederland, splits. Maar het selectiecriterium zegt het wel.

De reden waarom dit politiek niet bespreekbaar is? Als je de biedzone van de Randstad loskoppelt van de rest van het land, stijgt daar de groothandelsprijs voor stroom. Consumenten en bedrijven in Amsterdam en Rotterdam betalen meer. Het is exact hoe het mechanisme bedoeld is: hogere prijs waar het net vol is stuurt nieuwe investeringen naar rustiger gebieden. Maar in de politiek heet dit niet 'een structurele oplossing' — het heet 'een belasting op de Randstad'. En dat wint geen verkiezingen. In heel Europa heeft het verplichte Bidding Zone Review-proces van ENTSO-E tot nu toe nog nooit geleid tot een daadwerkelijke herindeling.

Wanneer het debat toch gevoerd wordt, duikt TenneT's Bidding Zone Review uit 2025 op als argument tégen: een tweedeling van Nederland in noord en zuid levert slechts €9 miljoen per jaar aan welvaartswinst op — te weinig om de politieke en technische transitiekosten te rechtvaardigen.

Dat getal klopt, maar is onvolledig. Drie kanttekeningen verdienen een plek. Ten eerste betreft het uitsluitend de noord-zuidverdeling voor het doeljaar 2025. Een oost-westverdeling of vierzonenconfiguratie is nooit formeel onderzocht; TenneT stelde oorspronkelijk een driedeling voor, maar EU-regulator ACER beperkte de studie tot één Nederlandse configuratie. Ten tweede is €9 miljoen een momentopname: voor het doeljaar 2035 berekende TNO een welvaartswinst van €243 tot €310 miljoen per jaar — een orde van grootte meer. Ten derde wees ACER in zijn advies uit 2025 op systematische onderschatting in de gebruikte modellen.

Maar de fundamenteelste beperking van het argument is geografisch. De structurele congestie op Nederlandse noord-zuidverbindingen is voor een groot deel het gevolg van loop flows vanuit Duitsland: windenergie van de Noordzeekust zoekt zijn weg naar afnemers in het Ruhrgebied en gebruikt het Nederlandse hoogspanningsnet als doorvoerroute. Zolang Duitsland één grote biedzone blijft, adresseert een Nederlandse opsplitsing een symptoom. Een Duits split zou €2 tot €5 miljard per jaar opleveren — en zou als bijproduct de congestiedruk op het Nederlandse net substantieel verlichten. Nederland wacht op een beslissing die Berlijn moet nemen.


Nederland: koploper en achterloper tegelijk

Het rapport noemt Nederland twee keer expliciet — als goed voorbeeld.

De eerste vermelding betreft GOPACS, het platform dat TenneT en de regionale netbeheerders samen hebben gebouwd voor marktgebaseerde redispatch. Het idee: in plaats van een windpark opleggen om minder te produceren, koopt de netbeheerder die aanpassing in via een markt. Producenten bieden aan wat ze bereid zijn te veranderen, de netbeheerder activeert de goedkoopste combinatie. GOPACS draait al sinds 2017 en is internationaal een erkende benchmark.

De tweede vermelding betreft het Volledig Variabel Transport Recht (VVTR) — in het rapport aangeduid als een 'flexible connection agreement'. In gebieden met congestie kunnen afnemers tekenen voor een aansluiting die niet altijd voor 100% beschikbaar is. De netbeheerder mag ze in drukke momenten afschakelen — in ruil voor een korting van circa 50% op het nettarief en, in ernstige congestiegebieden, een hogere positie op de aansluitwachtrij.

Dat zijn twee concrete, goed uitgewerkte instrumenten. Ze werken. Ze worden internationaal als voorbeeld gebruikt. Maar ze lossen de structurele congestie niet op.

Het beeld is dat van een brandweer met uitstekende blusschuim-technieken en een goed uitgerust voertuigenpark, operatief in een wijk waar elke week nieuwe huizen worden bijgebouwd van sloophout. De blusoperaties worden efficiënter; het risico groeit.

Nederland loopt voorop bij de operationele tools — cluster vier in het rapport — en zet voorzichtige stappen bij preventieve contracten. Bij de twee structurele maatregelen — locatiesignalen in subsidies en nettarieven, en ruimtelijke prijsdifferentiatie — staat het stil. Er zijn geen locatiecomponenten in de SDE++-subsidie (die dus evenveel betaalt voor een zonnepark op de overvolle Maasvlakte als voor één in net-ruim Zeeland). Nettarieven zijn uniform. En er is één biedzone.


Wat je nu al kunt doen

Voor bedrijven en huishoudens op de aansluitwachtrij bevat het rapport — via de Nederlandse invulling — één concreet instrument dat direct beschikbaar is en slecht benut wordt.

Het flexibele aansluitcontract (VVTR bij TenneT, of een equivalent bij de regionale netbeheerders) biedt afnemers in congestiegebieden een deal: je krijgt een aansluiting, maar niet altijd volledige capaciteit. In drukke momenten mag de netbeheerder je afschakelen of beperken — in de praktijk gaat het om maximaal 15% van de uren per jaar. De compensatie is dubbel: een korting van circa de helft op het nettarief, plus in gebieden met serieuze congestie een betere positie op de wachtrij.

Voor veel bedrijven is 85% beschikbaarheidsgarantie acceptabel — zeker als de bedrijfsprocessen op het gebruikspatroon kunnen worden afgestemd. Een logistiek laaddepot dat nachtelijk laadt, hoeft niet om dertien uur op volle capaciteit te zitten. Een warmtepomp die op een buffer werkt, overleeft een paar uur beperking probleemloos. Het flexibele contract is in die gevallen een rationele keuze, maar veel ondernemers weten niet dat het bestaat of nemen het niet serieus.

Locatie is de tweede variabele. De aansluitwachtrij is niet uniform verdeeld over Nederland — die is regionaal extreem ongelijk. De capaciteitskaart van Netbeheer Nederland (capaciteitskaart.netbeheernederland.nl) is vrij te raadplegen en toont per regio de beschikbaarheid voor invoeding en teruglevering; de onderliggende brondata per postcode is als CSV te downloaden via data.partnersinenergie.nl. De kaart is indicatief — voor bindende capaciteitsinformatie blijft directe navraag bij de netbeheerder noodzakelijk. Nieuwe aansluitingen voor datacenters en productiehallen in delen van Drenthe of oostelijk Gelderland kennen aanzienlijk kortere wachttijden dan dezelfde aanvraag in de provincie Utrecht of Noord-Holland. Voor energieproductie — invoering in plaats van afname — biedt ook Zeeland nog relatief meer ruimte.

Locatiekeuze is, anders dan vijf jaar geleden, een netbeheersbeslissing geworden — niet alleen een vastgoedkeuze.

Industrieel gebouw met zonnepanelen op het dak, productiehal zichtbaar door glaswand, transformatorkast buiten
Figuur 3 — Een bedrijf met eigen productie en opslag heeft meer opties dan een volledig net-afhankelijke afnemer. Gedeelde aansluitingen zijn voor clusters als dit een serieuze strategie om de wachtrij te omzeilen. (afbeelding gegenereerd met GPT Image 2.0)

Een derde mogelijkheid die het rapport beschrijft maar in Nederland nog nauwelijks gebruikt wordt: gedeelde aansluitingen. Meerdere partijen die hun aansluitvraag bundelen op één aansluiting, met onderlinge afspraken over gebruik. De netbeheerder erkent dit als een variant van flexibele aansluitovereenkomsten. De organisatorische drempel is hoog, maar voor partijen die toch naast elkaar gevestigd zijn — een bedrijventerrein, een warmtenet, een havencomplex — is het een aanpak die de wachtrij omzeilt door hem in zijn geheel te verkleinen.


Wat beleidsmakers zouden kunnen doen — en niet doen

Het rapport is geen beleidsadvies aan Nederland. Het is een Europees kader. Maar de implicaties voor de Nederlandse situatie zijn scherp.

Op korte termijn, zonder nieuwe wetgeving: GOPACS kan worden uitgebreid. Nu nemen voornamelijk grote producenten deel. Kleine batterijpakketten, aggregators van warmtepompen en EV-laders, industrie die flexibiliteit aanbiedt via energiedienstenbedrijven — ze zitten nog grotendeels buiten het platform. Een breder deelnemersveld maakt redispatch goedkoper en betrouwbaarder. Dat is een keuze van TenneT, de regionaal netbeheerders en ACM samen, geen kabinetsbeslissing.

VVTR of een equivalent bij de regionaal netbeheerders, verplicht maken bij nieuwe aansluitingen in ernstige congestiegebieden, is een andere korte-termijnmaatregel. Nu is het vrijwillig, en het bereik is beperkt. Het rapport wijst erop dat vrijwillige flexibele contracten systematisch onderbenut worden, en dat het overweegbaar is om ze verplicht te stellen in gebieden waar de congestie structureel is. In de Randstad en het havengebied zou dat betekenen: geen nieuwe aansluiting zonder beperkte beschikbaarheidsafspraak.

Op middellange termijn, met regelgeving: locatiecomponenten in de SDE++-subsidie. De Stimulering Duurzame Energieproductie betaalt nu een identieke bijdrage voor hernieuwbare energie, ongeacht waar die energie aan het net wordt gekoppeld. Een hogere subsidie voor zon en wind op net-rustiger locaties zou projectontwikkelaars sturen naar plekken waar het net de capaciteit aankan. Het rapport raadt dit expliciet aan als locatiesignaal-instrument. De EU-richtlijn over netaansluitingen wijst ook in die richting. Het staat niet op de Nederlandse beleidsagenda.

Regionaal gedifferentieerde nettarieven zijn de tweede maatregel in dit segment: hogere nettarieven op volle locaties, lagere in rustige gebieden. Ook dat stuurt vestigingsbeslissingen van grote afnemers. Politiek gevoelig, technisch uitvoerbaar, niet in discussie.

Op lange termijn: de biedzone-herindeling. Het rapport laat weinig ruimte voor interpretatie. Nederland voldoet aan alle criteria die rechtvaardigen dat ruimtelijke granulariteit de structureel effectiefste maatregel is: stabiele, geografisch voorspelbare interne congestie, matig interconnectieniveau, hoge en groeiende redispatch-kosten. Een splitsing in bijvoorbeeld drie zones — Noord, Midden/West, Zuid — zou automatisch locatiesignalen afgeven aan de markt die nu niet bestaat.

Maar de politieke prijs is concreet en direct zichtbaar voor kiezers: consumenten en bedrijven in de Randstad betalen structureel meer voor stroom. De baat — minder redispatch-kosten, betere spreiding van nieuwe investeringen, lagere maatschappelijke kosten van congestie — is diffuus en verdeeld over jaren. In een democratie wint de directe pijn het altijd van de verspreide baat. En dus: wij weten het, niemand doet het.


De eerlijke conclusie

Het ENTSO-E-rapport is geen gebakken lucht. Het is een eerlijk en goed gedocumenteerd overzicht van wat werkt, wat niet werkt en waarom. De eerlijkste zin staat in de methodologische noten: marktmaatregelen zijn complementair aan netuitbreiding, geen vervanging.

De wachtrij bestaat doordat het fysieke net vol is. Daarvoor zijn kabels en transformatoren nodig, en die kosten in Nederland een decennium. Marktontwerp kan de druk verlichten, investeringen sturen, en de kosten van congestie verlagen. Maar de file verdwijnt niet door een nieuw marktontwerp.

Wat het rapport wél duidelijk maakt, is dat Nederland twee dingen tegelijk is: een land met internationaal gewaardeerde operationele tools (GOPACS is een Europese benchmark, VVTR is een voorbeeld van een goed uitgewerkt flexibel contract), en een land dat de structurele maatregel die zijn probleem oplost niet durft te nemen.

Er is een middenpositie die politiek haalbaar is, en die in het rapport wordt omschreven als de zinvolle korte- en middellangetermijnaanpak: locatiesignalen in subsidies, regionaal gedifferentieerde tarieven, uitbreiding van marktgebaseerde redispatch naar kleine aanbieders. Die maatregelen zijn niet voldoende om de wachtrij te elimineren. Maar ze sturen nieuwe investeringen weg van overvolle gebieden, verlagen redispatch-kosten en maken het voor bedrijven op de wachtrij mogelijk om sneller een werkbare aansluiting te krijgen.

Voor de bedrijven die nu op de wachtrij staan: kijk naar het flexibele aansluitcontract. Vijftig procent korting op het nettarief in ruil voor maximaal vijftien procent onbeschikbaarheid per jaar is voor veel gebruik een rationele deal, maar wordt systematisch ondergepromoot. En heroverweeg, als dat mogelijk is, de locatie. De kaart is openbaar.

Voor de beleidsmakers: het rapport geeft u dekking voor maatregelen die al lang op de tekentafel liggen. Locatiecomponent in SDE++. VVTR of equivalent verplicht bij nieuwe aansluitingen in ernstige congestiegebieden. GOPACS open voor kleine aanbieders. Geen van die drie vereist een kabinetsbeslissing over biedzones. Ze vereisen wél politieke wil om het systeem te laten werken zoals het ontworpen is.

En de biedzone? Die staat gewoon in het rapport. Archetype 1. Structureel effectief. Politiek te brisant.

Tot die keuze gemaakt wordt, blijft de netbeheerder blusschuim sproeien.


Sources

ENTSO-E-rapport en marktontwerp

Nederlandse praktijk en beleid

EU-regelgeving

This article was produced with AI assistance.

Tags

Luna

Luna is the writer at Het Schrijfhuis, an AI-powered content team consisting of Roel (researcher), Luna (writer), and Diederik (editor). Het Schrijfhuis runs in Aïda, a personal AI assistant software, created by Auke Jongbloed.